Duurzaam digitaliseren vraagt om een breder perspectief

Foto door Andreas Gücklhorn op Unsplash

De Covid-19 pandemie heeft wereldwijd een enorme boost gegeven aan de digitalisering om de maatschappij zoveel mogelijk draaiend te houden. We doen onze boodschappen vaker online, we onderhouden contacten door middel van social media en videobellen, en werken massaal digitaal vanuit huis. Door met ons allen minder te vliegen, minder vaak in de auto te stappen, en meer in de eigen regio te recreëren, neemt de belasting van het milieu bovendien af. Bieden digitale platforms en online diensten daarmee zonder meer een positieve bijdrage aan het klimaat, een gezonde samenleving en een behoud van werkgelegenheid?

Klimaatvoordelen met behulp van digitalisering

Uiteraard valt er veel voor te zeggen dat digitale technologie een positieve bijdrage levert aan de samenleving en klimaat: we kunnen minder papier gebruiken en we hoeven, nog los van de covidpandemie, minder vaak in de auto of het vliegtuig te stappen voor ons werk. Minder vraag naar autovervoer leidt tot op langere termijn ook tot een lagere productievraag, wat indirect doorwerkt op de capaciteit van zware industrieën, die een grote impact hebben op de CO2-uitstoot. Het gaat uiteindelijke om de hele keten van grondstof tot eindgebruik waar de verbetering zichtbaar zou moeten worden.

In een artikel in de NRC van 12 juni j.l. werden hiervan de eerste indicaties vermeld: “Hoe lang de toestand van ‘minder’ ook zal duren – wereldwijd breidt de pandemie zich vooralsnog uit – in de klimaatstatistieken is hij al zichtbaar. Wereldwijd dalen de emissies van broeikasgassen dit jaar waarschijnlijk met 8 procent, verwacht het Internationaal Energieagentschap (IEA). Dat is een recorddaling, zes maal zo groot als die in recessiejaar 2009.

Het internet vervangt hiermee gedeeltelijk het fysieke wegennet als vitale infrastructuur. Bovendien is de transitie naar duurzame energie niet te realiseren zonder een digitale infrastructuur die een diversificatie van ons stroomnetwerk in goede banen leidt. Want hoe zorg je ervoor dat alle fluctuaties, die gepaard gaan met de aanlevering vanuit zon- en windenergie, worden opgevangen en dat verspreide opslag mogelijk wordt?

Bewust gebruik van energie is onderdeel van de vergelijking

En de transitie naar duurzame energie is hard nodig. Ons snel toenemend gebruik van digitale voorzieningen, en de genoemde onderliggende infrastructuur, vraagt immers om veel elektriciteit. En hoe snel we onze energiesector ook verduurzamen, als de vraag sneller blijft stijgen dan is er netto nog steeds sprake van achteruitgang omdat we het bestaande aanbod op die manier niet kunnen vervangen. En hoewel daarmee de absolute hoeveelheid energie uit duurzame bronnen uiteraard toeneemt, is de winst voor het klimaat beperkt.

Kortom, als onderdeel van de verduurzaming zullen we ook kritisch moeten kijken naar ons gebruik van energie. En precies in dat licht is een van de bekendste voorbeelden van een ‘succesvolle’ diseruptieve technologie, de Bitcoin, een schrijnend voorbeeld. Hoewel bedoeld om de monopolie van de bankensector op het betaalverkeer te doorbreken, wordt de Bitcoin in de praktijk vooral gebruikt voor speculatie op basis van de fluctuerende waarden van deze digitale munteenheid.

Om de banken als betrokken betrouwbare partij, de zogeheten ‘trusted third party’, bij een transactie overbodig te maken, wordt gebruik gemaakt van cryptografische versleuteling. Met veel rekenkracht moet worden bewezen dat een transactie valide is en erkend wordt door de betrokken partijen. In het geval van het gedistribueerde Bitcoin netwerk, betreft dit echter iedereen die erop is aangesloten. 

Dit proces vraagt om een dusdanige hoeveelheid rekenkracht van computers, dat het Bitcoin netwerk als geheel inmiddels meer energie gebruikt dan landen als Venezuela en Oostenrijk, zoals te zien in een overzichtvan de energieconsumptie van het BitCoin netwerk. Voor de cryptografische berekeningen zijn zelfs speciale ‘mining farms‘ ontstaan die de gevraagde rekenkracht moeten bieden, en zo veel mogelijk geld te verdienen met het ‘delven’ van de Bitcoins.  Eind 2017 was het energiebruik van het Bitcoin netwerk al hoger dan dat van 159 landen.

In de praktijk komt het er volgens berekeningen op neer dat voor één enkele transactie ruim 322 kg CO2 wordt uitgestoten. Ter vergelijking: met diezelfde uitstoot kunnen ruim 800.000 creditcard transacties worden uitgevoerd, en meer dan 15.000 uur aan YouTube video’s worden gekeken. 

Geen punt-oplossingen maar context-bewust innoveren

Hoewel het idee achter de Bitcoin lovenswaardig genoemd kan worden, zijn de bijeffecten van gebruik in de praktijk verre van ideaal. Het meest ironische is dat het Bitcoin netwerk niet geschikt blijkt voor het doel waarvoor het ontwikkeld is; het is in de praktijk veel te traag en duur om er transacties mee de verrichten, en zodoende het bestaande betaalverkeer te vervangen.

Met bieden van een oplossing voor een specifiek probleem, bijvoorbeeld met behulp van digitale innovaties, zijn we er dus niet. Er moet gekeken worden naar het grotere geheel om te kunnen beoordelen of de beoogde resultaten daadwerkelijk bereikt worden, en de oplossing geen negatieve bijeffecten heeft.

In haar boek ‘Natural Intelligence’, schrijft Leen Gorissen over het belang van leren van de natuur. Evolutie is een vorm van innovatie die er altijd op is gericht dat het de omgeving beter achterlaat dan dat deze voorheen was. Dat is immers de enige manier om ervoor te zorgen dat het leven blijft voortbestaan. De natuur onttrekt niet, zonder er meer voor terug te geven. Simpel gezegd: er zijn altijd méér positieve bijeffecten dan negatieve.

Enkel op financieel gewin gerichte digitale platforms zijn uiteraard niet het antwoord op een behoefte aan een duurzame wereld. Het is essentieel dat we belang van het collectief meenemen in de keuzes die we maken. Zeker in een tijd waarin er technologisch ongekend veel mogelijkheden zijn, gaat het er om bewust te zijn van de waarden die er eren en collectieve behoeften die ze dienen, in plaats van enkel de financiële waarde die ze oplevert.

Verandering begint vaak met het stellen van een simple vraag

De eerste stap om te komen tot duurzame innovaties en technologische vooruitgang ten bate van het grotere geheel, is uiteraard het stellen van de juiste, kritische vragen. Doen we de juiste dingen en doen we de dingen juist?

Vanuit bovenstaand perspectief is het dan ook interessant om op te merken dat de grootste toename van rekenkracht in de toekomst onder andere wordt verwacht met betrekking tot het kunnen maken van berekeningen voor complexe klimatologische modellen. 

Je zou je echter kunnen afvragen of steeds grotere rekenkracht voor dergelijke modellen wel nodig is, als we erin zouden slagen minder energie en fossiele brandstoffen te gebruiken voor digitale platforms die een beperkte collectieve maatschappelijke meerwaarde hebben, of hun doel zelfs voorbij schieten. Tot nog toe heeft de natuur het aardig gered zonder dat onze berekeningen en simulaties daaraan te pas kwamen. En hoe het met ons als mensheid gaat, hebben we grotendeels zelf in de hand.